Het is geweldig om met twee Chinezen en een Arabier onder één dak te wonen. Ik zit nu drie weken in Bowling Green en we beginnen steeds meer aan elkaar te wennen. Dat betekent dat onze culturele rituelen zich mengen in de gemeenschappelijke woonkamer en keuken. Vooral de keuken moet zichzelf inmiddels platform voor culturele diversiteit voelen. Salman (uit Saoudi Arabië) kookt bijna dagelijks kapsa. Dat is rijst met kruiden en kip of lam. Lidjing maakt met een groep vrienden soms dumplings; gekookte deegrolletjes met vlees, groenten en vis. Meest karakteristieke is dat overal een flinke lading sambal of iets soortgelijks doorheen gaat. Ik begin altijd enorm te zweten als Lidjing heeft gekookt. En zelf heb ik trouwens deze week stampot boerenkool gemaakt. Hup Holland.
We gaan soms ook samen op pad om ergens wat te eten. De gezichten van serveersters zijn dan prachtig verontwaardigd, want ze hebben natuurlijk het idee dat ze in een reallife mop zijn beland: ‘komen drie mannen bij de Pizzahut. Een Chinees, een Arabier en een Nederlander.’ Vervolgens bestelt de Chinees heet water bij de pizza, de Arabier vraagt nog eens nadrukkelijk of er echt geen varkensvlees op de pizza zit en de Nederlander wil weten wat alles kost. En we spelen geen van allen een rol.
Maar het hardste heb ik gisteravond om Salman moeten lachen die in de woonkamer filmpjes zat te kijken op de grote televisie. Een youtubefilmpje van een kameel. Met één bult. Salman begint meer dan de helft van zijn verhalen met ‘in our country’ en dan komt er een legendarische anekdote. Dit keer legde hij uit dat in zijn land alle kamelen maar één bult hebben. “Maar deze kameel, Stefan, die is wel héél bijzonder.” Hij wijst naar de nek die wat langer is dan normaal, de neus die spits afsteekt tegenover de rest van zijn slanke, bolvormige lichaam en wat te denken van de fabuleuze kleine oortjes? “Deze kameel kost 4 miljoen dollar.” 4 miljoen! Wat kan deze kameel dan, waarom is hij zoveel waard? Is hij heilig? Nee, zegt Salman. “It’s for proud.” Het filmpje is dan ook wel geweldig en zeker de moeite waard om even te bekijken!
Ook het Amerikaanse uitgaansleven is ontdekt. Gisteravond zijn we voor de tweede keer in Clazel geweest. Dat is een oude bioscoop in Bowling Green die is omgebouwd tot club. Amerikanen kunnen wel een feestje bouwen. Niet alleen vrouwen, maar ook mannen durven hier te dansen. In tegenstelling tot de Nederlandse kroegen is de dansvloer beter bezet dan de bar. Verder dacht ik altijd dat Amerikanen preutser waren. In Clazel is daar weinig van te merken. Bijna iedereen straalt enorm veel seks uit. Wat bij ons bekend staat als schuren (erotisch dansen, dankjewel Fleur Wallenburg) is hier net zo normaal als een biertje bestellen. Het ging er zelfs nog ‘heter’ aan toe dan in Suriname, zoals ik in een eerdere blog beschreef.
Toch weer een kleine impressie: de man trekt zijn billen in en buigt zijn lichaam naar voren. De vrouw draait zich met de rug naar de man en glimlacht gelukzalig naar het toeschouwend publiek. Vervolgens duwt ze haar bibs tegen het geslachtsdeel van de man, al waarna de vrouw in alle ijver ronde bewegingen begint te maken met haar heupen. De handen van de man gaan dikwijls richting de buik van de jongedame en Amerikanen doen de handen ook vaak in de lucht, als een voetballer die ontkent dat hij een overtreding heeft gemaakt. Ik heb ook stootbewegingen gezien, echt waar. En Amerikanen zingen ook met alles mee. Het hardst nog bij ‘BITCH!’ of ‘MOTHERFUCKER!’. Gek, want dat zijn juist de woorden die er op de Amerikaanse radio worden uitgeknipt. De sandwich en het treintje zijn ook erg populair in Clazel. Bij een sandwich staan ze met z’n drieën te schuren en bij het treintje met vier of meer.
Ondanks deze vermakelijke schouwspelen die ik zoals u begrijpt niet-participerend heb beleefd, beginnen na dik drie weken de eerste wat-is-mijn-thuis-toch-een-fijn-thuis-kriebels te komen. Ik wil het geen heimwee noemen, maar soms dagdroom ik over wat ik in Nederland toch allemaal heb opgebouwd. En dan waan ik me even in de straten van Nijmegen of de wandelgangen van mijn school in Tilburg, waar ik altijd wel iemand tegenkom met wie ik wat bij te praten heb. Of een simpele groet en een zwaai, daar verlang ik soms wel naar. Gelukkig bieden facebook, twitter, whatsapp, email en skype soelaas voor de onweerstaanbare drang mijn ‘thuis’ naar de VS te halen. En mijn blog niet te vergeten. *zwaait*
*zwaait terug* Als je terug bent verlang je vast nog weleens terug naar Amerika.
Junge komm bald wieder nach haus! En geniet er ondertussen van.