Leeswijzer afstudeerblog

21 05 2012

Inleiding

Welkom op mijn weblog. Hij bestaat al een jaar of drie. Opgezet om te spelen met taal en journalistiek. Toen ik de blog opzette vond ik mijn creativiteit ver onder de maat en bovendien had ik de behoefte om gedachtekronkels, ergernissen of mooie gebeurtenissen op te schrijven en te delen.

De speeltuin die het was, maakt even plaats voor een serieus platform waarop ik mezelf presenteer als journalist. Ik heb vijf jaar op Fontys Hogeschool Journalistiek gezeten en het wordt tijd om de mooie periode af te sluiten met het diploma dat ik verdien.

Ik combineer al jaren de comfortabele sfeer op school met de uitdagende journalistieke praktijk. In 2007 ben ik begonnen bij een lokale omroep en daar heb ik minstens zoveel geleerd als op FHJ. In 2009 liep ik stage bij dagblad De Gelderlander en daar ben ik nooit meer weggegaan. In 2010 en in 2011 ben ik naar Suriname geweest om radiomakers de basis van het vak aan te leren.
In 2011 liep ik stage bij NOS op 3, waar ik me als een vis in het water voelde: meedraaien op het hoogste niveau en met een enorme productiesnelheid. Tussendoor mocht ik aan gave journalistieke projecten meewerken: 4daagseradio, festival Mundial radio en aan talloze kleine producties als debatleider of presentator. En tot slot heb ik de laatste maanden in Amerika tussen andere culturen geleefd en heel veel Engels gelezen, geschreven en gesproken.

De ervaringen lopen als een leidraad door mijn reflectie en producten. Ik onderscheid mij niet in een specialiteit of complexiteit, maar laat zien dat ik vol energie en enthousiasme zit en van alle markten thuis ben. Ik voel me al jaren journalist. Sta altijd open voor verhalen en heb publiciteitsdrang. Ik profileer me als betrouwbare, kritische journalist met een scherpe neus voor nieuws.

Wie ben ik?

Onder de informatie van mijn ‘bedrijfje’, contactgegevens en cv beschrijf ik hoe ik mezelf zie: Stefan past zich gemakkelijk aan in iedere omgeving. Stelt zich actief en flexibel op tegenover opdrachtgevers en collega’s. Een echte teamworker die met veel energie en enthousiasme de ambitie heeft om zich te ontplooien tot volwaardig allround journalist.

Daaronder heb ik journalisten die met mij gewerkt hebben iets laten schrijven over mij. Niet omdat ik denk dat ik met aanbevelingen denk meer kans te maken, maar omdat ze een beeld dat ik van mezelf creëer ondersteunen. Gelderlander-chef Jaap van Essen, NOS-nieuwslezer Fleur Wallenburg en Webfm-programmaleider Patrick Huisman heb ik hier expliciet om gevraagd. De reacties van Gelderlander-hoofdredacteur Kees Pijnappels en stagebegeleider Ronald Wiegerinck komen van Linkedin.

Producten

Onder het kopje ‘producten’ van deze site vindt u mijn afstudeerportfolio. Het is een selectie van berichten, reportages en geluidsfragmenten die diversiteit in toon en onderwerpen vertegenwoordigen. Het zijn niet per se de beste artikelen en reportages, maar ze zijn allemaal op een unieke manier tot stand gekomen. De inspiratie komt bij alle producten uit mijn directe omgeving. Het resultaat is gedegen en de artikelen hebben misschien al een klein keurmerk, omdat bijna alles ook daadwerkelijk is gepubliceerd in de krant.

Het zijn elf artikelen en zes geluidsfragmenten. Daarmee kan ik op zowel krant als radio afstuderen. Ik heb de producten gecategoriseerd: ‘nieuws’, ‘achtergrond’, ‘sfeer’ en ‘gevoel’. Zowel boven als onder de specifieke producten leg ik uit hoe de verhalen tot stand zijn gekomen en hoe ik nu vind dat ik het beter had kunnen doen. Daarnaast leg ik ook uit waarom ik het heb geselecteerd voor mijn portfolio. Hoewel ik kritisch ben, sta ik namelijk achter mijn producten en ik vind dat ze bewijs leveren voor mijn capaciteiten.

Afstudeerreflectie

Mijn reflectie is ontzettend actueel. Ik kon hem de laatste dagen voor de deadline constant verbeteren. Omdat de opdracht van de school zo vrij was, kon ik alle kanten op. Ik heb het mezelf niet gemakkelijk gemaakt en heb gekozen voor de vorm van een essay. Ik denk namelijk dat uit mijn producten al blijkt dat ik kan observeren en optekenen. Kan ik ook beschouwen? Dat zou het essay uit moeten wijzen. Ik vond het moeilijk om te maken, omdat ik wel veel bronnen wilden gebruiken, maar het ook dicht bij mezelf wilde houden.

Ik had ervoor kunnen kiezen om heel specifiek de lijsttrekkersverkiezingen van de PvdA te analyseren en politieke journalisten kunnen interviewen over dit nieuwe fenomeen. Het uiteindelijke essay vind ik frivoler en meer met een helikopterview geschreven. Ik wil niet de illusie wekken dat ik de journalistiek wil veranderen, maar simpelweg aantonen dat ik met een kritische blik kan kijken naar hoe de (politieke) journalistiek opereert.

Krant/radio

De kopjes krant en radio zijn toegevoegd om extra bewijzen te leveren. Bij twijfel over mijn journalistieke kunnen, zouden die extra reportages misschien net kunnen overtuigen. Bovendien is het handig om een portfolio op orde te hebben als ik mezelf na het afstuderen ga aanbieden bij nieuwe opdrachtgevers.

Kernkwaliteiten

Volgens mij tonen de producties en afstudeerreflectie aan dat ik klaar ben om de journalistieke wereld in te trekken. De navelstreng die mij nog met Fontys Hogeschool Journalistiek verbind, mag worden doorgeknipt. Onder het kopje kernkwaliteiten is te lezen hoe ik mezelf waardeer in de competenties die de school belangrijk vindt. Ik vind het lastig om de juiste toon te vinden omdat ik enerzijds kritisch wil zijn, maar ook wil aantonen waarom ik denk dat ik iets goed kan. Hopelijk verduidelijkt het commentaar dat ik bij ‘kernkwaliteiten’ geef, de rest van de onderdelen op deze weblog.

Verantwoording

In mijn digitaal portfolio op N@tschool vindt u de bewijzen die voor mijn laatste jaar nodig zijn, op mijn minorbeoordeling na. Uiteraard zijn alle beoordelingen voor mijn minor (ruim) voldoende, maar het officiële document komt denk ik vanuit Amerika per boot deze kant op.

Wat ik in de map Werkruimte >> Bewijzen heb opgenomen:

- Beoordeling Propedeuse
- Beoordeling Verbreding
- Beoordeling Medium
- Beoordeling Tweede Stage (8,5)
- Stageverslag
- Beoordeling GeR (GG)
- Reflectieverslag GeR
- Beoordeling Factcheck (V)
- Reflectieverslag Factcheck
- Minor transcription (temporary evidence)
- Afstudeerreflectie

Toekomstplannen

Ik heb enkele snode plannen die ik tijdens mijn assessment graag wil toelichten. Niet alles is geschikt om hier op internet te presenteren. Ik blijf mezelf de komende tijd in ieder geval verhuren als journalist voor schrijvende pers en radio. De Gelderlander zal daarbij een belangrijke rol spelen, maar er komen ongetwijfeld meer mooie opdrachtgevers op mijn pad.





De eindstreep is in zicht

20 05 2012





Einde van de informatieverzuiling

14 05 2012

Dit artikel is geschreven met een knipoog naar de toekomst. Om de fantasie te prikkelen…

Voordat ik naar de toekomst ga, wil ik even drie jaar terug in de tijd. Professor Pattie Maes liet in 2009 op een congres van TED (Technology, Entertainment, Design) een apparaat zien dat ze ‘het zesde zintuig’ noemde. Een mobiel apparaatje dat je om je nek hangt en dat zowel filmt als projecteert en ook nog eens kan ‘denken’. Het communiceert met zijn omgeving en met het wereldwijde web en zorgt ervoor dat je te allen tijde informatie van buiten kunt gebruiken zonder dat je het zelf zoekt of oproept. Volgens mij gaan de evoluties van het zesde zintuig de traditionele mediawereld compleet veranderen. Met tot gevolg dat de mediamerken, de redacties en journalistieke bedrijven zoals die nu bestaan, in zijn geheel zullen verdwijnen.

Het zesde zintuig is een fraai foefje waar ik later niks meer van heb gehoord, maar het is de eerste stap in de toekomstvisie op het medialandschap die ik wil maken. Ik denk dat we over 15 jaar in een wereld leven waarin informatie alom aanwezig is. Je hoeft het niet eens meer op te roepen, de data die zich om jou heen bevinden, knopen automatisch de losse eindjes aan elkaar en geven je precies de informatie die jij op dat moment kunt gebruiken. Als je een product in de winkel wil kopen, geeft zo’n zesde zintuig aan wat de kwaliteiten zijn en waar je het eventueel goedkoper kunt krijgen. De informatie is nuttig, interessant en uitgekristalliseerd in de taal die je begrijpt.

Op dit moment maakt Facebook al tot op zekere hoogte gebruik van deze methode. Facebook registreert dat je in Amsterdam woont en foto’s post van pizza’s. Drie minuten later staat er een advertentie van een pizzaboer om de hoek op jouw persoonlijke pagina. Facebook weet dat je op Ibiza op vakantie was en selecteert foto’s van vrienden die daar ook zijn geweest op jouw tijdlijn. En nu Facebook en Spotify samenwerken duurt het niet lang meer voordat er een radiostation bestaat dat precies jouw muzieksmaak herkent en een automatische playlist maakt waar je oneindig veel jaren mee vooruit kunt.

De eerste contouren van een wereld met een oneindige informatiedichtheid zijn al geschetst. De televisieschermpjes en gratis kranten in treinen, bussen, Mc Donald’s en supermarkten zijn daar niet eens voor nodig; op elk moment van de dag zie je mensen op straat op hun smartphone kijken. Met toegang tot bijna alle teksten, fimpjes en geluiden die er op de wereld worden gemaakt. Maar er is één probleem: we moeten het nog steeds zelf oproepen: zoeken, klikken. Nadenken over de website waar je het kunt vinden en eindeloos surfen. De grootste omschakeling in onze mediawereld zit hem in het inspelen op een technologische zelfstandigheid die elk mediabedrijf onnodig maakt. Daarbij is inspelen op de behoefte niet meer alleen wezenlijk, maar een vereiste.

Vóór het internettijdperk was kleur bekennen nog een vanzelfsprekendheid. Je las De Volkskrant ’s ochtends een half uur, luisterde drie kwartier Radio 1 journaal in de auto en op de terugweg van het werk schakelde je hooguit even van Radio 1 naar Radio 538. Thuis aangekomen keek je om 20.00 uur het Achtuurjournaal en daarna keek je in de tv-gids waar je een abonnement op had wat er verder te zien was die avond. De benen konden in ieder geval omhoog.

Deze levensstijl is al drastisch veranderd. De Volkskrant is de deur uit, ’s ochtends gaat de laptop aan en lees je VK.nl, Nu.nl en kijk je het vroege NOS-journaal (niet live). In de auto sluit je je iPod aan en luister je eerst de podcast met alleen de politieke nieuwtjes (de rest van het Radio 1 journaal vond je toch niet interessant) en daarna schakelt hij over naar de playlist die je via iTunes hebt gedownload. En ’s avonds pak je weer als eerste je laptop om delen van het Achtuurjournaal te kijken. De onderwerpen die je niet interesseren, sla je over. Dan volgt er nog even een blik op Twitter, Facebook, nog eens Twitter en dan nog even tvgids.nl. Meer heb je niet nodig.

De digitale communicatie heeft een leven zoals in het voorbeeld geschetst een veel meer gepersonifieerd mediapatroon gegeven. Dat vatten we nu nog positief op, maar er zijn ook al twijfels. Is het niet erg vermoeiend? Ja, is het antwoord. We leven op dit moment in de grootste zap- en surfcultuur ooit. De mogelijkheden zijn groot, maar niet uitgekristalliseerd in jouw behoefte. Je moet altijd selecteren. Daardoor blijven we maar doorbladeren zonder ons echt te focussen. Er komen via Twitter en Facebook alleen al zo enorm veel informatieprikkels op je af, dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Dat heeft tot gevolg dat we de informatie minder waarderen. Goede informatie drijft in een modderpoel vol met nutteloze wissewasjes. Media spelen daar nu nog op in door hun koppen attractief te maken en gevoelsmatig ‘sappige’ informatie prominent te presenteren. Daarin gaat de volgende jaren verandering komen. Technologieën gaan ervoor zorgen dat informatie waar je je ongemakkelijk bij voelt automatisch wordt gefilterd, door de persoonlijke data en invloeden vanuit jouw omgeving. Daardoor heeft je brein weer meer mogelijkheden om te focussen. Hoe? Allemaal dankzij ‘het zesde zintuig’.

Hoe we die informatie tot ons nemen is niet zo belangrijk. Misschien via een paneel zoals een tablet (iPad). Misschien met een projector die de informatie op een muur kan laten verschijnen. Maar misschien blijven de telefoons, televisies en radio’s wel gewoon bestaan.

Interessanter vind ik het wat er met de inhoud van het nieuws en informatie gaat gebeuren. Applicaties hebben het surfen al vergemakkelijkt en de enorme vergaarbak van internet gestroomlijnd, maar ze zijn nog wel gebonden aan één medium. In de toekomst hoeft dat niet langer. De mediamerken gaan verdwijnen. Geen NOS meer. Geen Volkskrant of VK.nl, geen Huffington Post of wat dan ook. Verdwijnt het vak van journalist dan? Nee. Journalisten blijven bestaan, maar vormen individuele redacties en bestaan enkel nog als freelancers. Freelancers die elk op hun gebied zeer gespecialiseerd zijn in het verwerken van informatie. Met een eigen schrijfstijl, invalshoek, mediagebruik (tv, radio of schrijvend) en een eigen doelgroep. Over 15 jaar dumpen ze hun informatie in een grote digitale crowdsourcebak. Hun artikelen, filmpjes, en radioreportages worden door computertechnologie gepresenteerd aan de mensen die het meest met de tags en informatie hebben in de journalistieke producten. Op die manier kunnen journalisten ook klanten aan zich binden, want als een klant informatie waardeert, is de kans groter dat een volgend journalistiek product weer door de computer wordt geselecteerd.

Met deze ontwikkeling komt er een definitief einde aan de informatieverzuiling. Elke wereldburger kan met behulp van de ontwikkelde technologie elk moment van de dag beschikken over nieuws en informatie. Gekoppeld aan wat vrienden hebben gezien en willen delen. Gekoppeld aan de locatie waar je je bevindt en de talen die je spreekt. Gekoppeld aan je persoonlijke interesses die zich in een wordcloud hebben gemanifesteerd aan de hand van internetprofielen, zoekopdrachten, facebookupdates, tweets en geschreven artikelen. De mogelijkheden zijn nooit beperkt, maar de informatie is wel veel overzichtelijker dan nu.

De betrouwbaarheid van informatie wordt geen groter probleem. Kijk naar het herstellend vermogen van crowdsourceproducten (Android apps, Linux) en Twitter. Het komt voor dat foutieve, valse of gemanipuleerde berichten peilsnel zich als een olievlek over internet verspreiden, maar factcheckers hebben het vermogen om die olievlek met een simpele bron uit te wissen. Zo gaat dat ook in de toekomst.

Tot slot: de graphics. We zijn er zo aan gewend, dat we niet beter weten dan dat we informatie op een herkenbare manier gepresenteerd willen zien worden. Maar daar verzinnen ze ook wel tools voor. Je kunt zelf de kleuren kiezen, de tabbladen en de lettertypes. Alle informatie past zich aan in jouw persoonlijke sfeer op je laptop, tablet of telefoon. Feitelijk zijn de eerste stappen al gezet met iGoogle. Alleen nu komt de informatie nog van mediabedrijven, in de toekomst van journalisten en/of mediamakers.

Voor de journalistiek liggen er legio nieuwe mogelijkheden. Niet meer de attractieve waarde van een journalistiek product, maar de inhoudelijke en informatieve waarden volgen een basis voor overdracht. Er zijn geen mediafondsen meer nodig voor projecten die zich nu nog in de uithoeken van het internet bevinden, of programma’s die enkel op één zondagavond in de maand kunnen worden uitgezonden op Radio 1. Journalisten moeten zelf investeren en de diepte induiken om hun producten uniek te maken. Alleen dan kunnen ze er geld mee verdienen, want alleen dan zorgt de personifiërende crowdsourcemachine dat het daadwerkelijk op iemands apparaat verschijnt. Oorlogsjournalistiek en onderzoeksjournalistiek voor niches blijven daardoor júist bestaan. Er blijft bij een grote groep intellectuelen altijd behoefte naar informatie die ertoe doet.

Al met al staat er een gigantische omslag voor de deur. De omslag van zappen en surfen naar kijken en lezen. Er blijft in ieder geval meer tijd over om je met de meest basale onderwerpen in het leven bezig te houden. De maaltijd du jour, financiële tekortkomingen. En de hond moet je ook nog gewoon zelf uitlaten. Er is simpelweg een zorg minder.





Groot in klein

6 05 2012

Gedoe om een gedicht
Rouwen als een plicht
De pijn
Is nooit fijn

Wat we kunnen
Is proberen
Om samen
Groot in klein te zijn





Nederland versus Amerika

28 04 2012

Amerika reclameland. Ze zijn hier dol op videocommercials en die zijn dan ook vaak van hoog niveau. Wat zeggen de commercials over de Amerikaanse cultuur? Veel. Heel veel. Aan de hand van een sociologisch model en fraaie voorbeelden probeer ik in deze blog de verschillen tussen de cultuur in Nederland en de Verenigde Staten te schetsen.

Half Time

Maar eerst even een grandioos voorbeeld van hoe een bedrijf in kan spelen op Amerikaanse trots en chauvinisme. Deze commercial van Chrysler werd in de pauze van de Super Bowl (American Football finale) gepresenteerd. Meer dan 100 miljoen Amerikanen zagen dit:

Ze houden van drama op televisie, dat is zeker waar. Maar deze reclame gaat over iets groters. Zoals bekend staat de Amerikaanse economie er niet goed voor en dat is te merken aan de sfeer in de politiek en de financiële markten. Obama heeft miljarden in de auto-industrie gepompt en de productie lijkt weer op de rails. Deze reclame uit de trots op het eigen merk en appelleert aan de betekenis van de auto-industrie voor de Amerikaanse economie. ‘Laten we er samen de schouders onder zetten’, straalt Chrysler uit.

Cultural dimensions

Voor de rest van de analyse gebruik ik de ‘cultural dimensions’ van professor Geert Hofstede. Hofstede zegt: ‘Culture is the collective programming of the mind distinguishing the members of one group or category of people from others.’ Belangrijk: het gaat dus niet om tradities of gewoontes op zich. Dat Amerikanen van sport houden, zegt niks over hun ‘mindset’. Hofstede onderscheidt in totaal vijf dimensies:

  • Power Distance (PDI)
  • Individualism versus Collectivism (IDV)
  • Masculinity versus Femininity (MAS)
  • Uncertainty Avoidance (UAI)
  • Long-term Orientation
Het verschil tussen Nederland en de VS ziet er volgens het model van Hofstede zo uit:
Zoals je ziet zit het grootste verschil hem in onze vrouwelijkheid ten opzichte van de Amerikaanse mannelijkheid. Vrouwelijkheid staat voor het feit dat wij zorg voor anderen erg waarderen. Zorg voor elkaar gaat vóór competitie. Kwaliteit van leven en gelijkheid zijn belangrijker dan werklust. En, direct herkenbaar: ‘Vrouwelijke’ culturen staan bekend om hun bereidheid tot consensus. Beide culturen zijn heel individualistisch. Ik ga laten zien dat dat individualisme een hele andere betekenis krijgt door de tegenstelling mannelijk/vrouwelijk.
Voor dit kleine onderzoek bekijk ik vier commercials van hetzelfde bedrijf: ING. Twee komen uit Nederland (één hele oude bekende) en twee uit Amerika. Aan de hand van de boodschap van de commercials probeer ik de verschillen in cultuur bloot te geven.
15 miljoen mensen
Machthebbers hebben niet echt de macht. Een zoon is gelijkwaardig aan zijn vader en noemt hem dan ook Piet. En de pet afpakken van een agent of het bordje verboden toegang op een grasveldje in een park negeren, kan allemaal. ‘Wars van betutteling’. Maar er zit meer cultuur in: die 15 miljoen Nederlanders ‘schrijf je niet de wetten voor, maar laat je in hun waarde.’ In Amerika heerst veel meer een sfeer waarin wetten en keurslijven juist wél worden voorgeschreven. Iemand heeft succes als hij/zij beroemd is, veel geld heeft en dat ook aan anderen kan laten zien.
Punt is dat we dat in Nederland niet willen (al gebeurt het soms wel). Wij bewonderen mensen die ‘anders’ durven te zijn: zeer vrouwelijk. En respect krijg je als je laat zien dat kwaliteit van leven en gelijkheid belangrijker zijn dan competitie. Dat zit allemaal in het lied van Fluitsma en Van Tijn, waar de Postbank (later ING) dankbaar gebruik van heeft gemaakt.
Bankieren op uw eigen manier
We zien een oudere man in een setting die wij herkennen als een bejaardenhuis. Zorg voor anderen en het vermijden van onzekerheid in de toekomst zijn eigenschappen die Nederlanders op het lijf staan geschreven. We herkennen ook ons individualisme. We zijn weliswaar met elkaar, maar zijn wel erg met onze eigen zaken bezig. Daar speelt ING op een knappe manier op in: ‘Dat mag, u mag doen wat u wilt. En als u uw rekeningen nog via de post wil betalen, dan kan dat.’ “Daarom kan iedereen bij ons bankieren op zijn eigen manier.”
Gazillion
Dan de Amerikaanse reclames. Die hebben een andere boodschap voor de kijker omdat de Amerikaanse cultuur simpelweg verschilt van de Nederlandse. Ze spelen in op een andere ‘mindset’.
Een Amerikaanse uitdrukking is: ‘Keep up with the Joneses’. Er heerst een competitie in de Verenigde Staten waarbij buren elkaar proberen af te troeven. Als de buurman de voortuin met kerstverlichting versiert, zet de andere buurman prompt een opblaas-kerstman voor de deur. Zorgen dat het gras altijd net iets groener lijkt/is en een iets grotere auto kopen helpt ook. Die sociale druk is volgens het model van Geert Hofstede in de VS groter dan in Nederland.
De donkere buurman in de tv-spot heeft een ‘nummer’ dat staat voor zijn pensioen. Hij heeft blijkbaar een goed plan en vraagt zijn buurman wat hij klaar heeft gezet voor zijn pensioen. “I hope something good happens.” “So you don’t really have a plan?” Er zit competitie in, maar ook individualisme. Kijk naar het plan van de buurman. $ 1.086.523. Dat is een heel specifiek getal. Zíjn nummer dat híj bij zich draagt en waar híj verantwoordelijk voor is. De bank kan alleen maar helpen. “Helping you to achieve financial freedom.” Er is niemand die voor je zorgt, dat moet je helemaal zelf doen. In een mannelijke cultuur is zorg onbelangrijk.
Life in numbers
15 miljoen mensen, die stop je niet het keurslijf in. Die laat je in hun waarde. In Amerika denkt men daar iets anders over. Het ideaalbeeld: werk, trouwen, kinderen, eigen huis en een prettige oude dag. Zo hoort het toch te zijn? Het is belangrijk om binnen de lijntjes te blijven; niet anders te zijn. Zelfs als je in competitie bent, zijn dit de schoolvoorbeelden.
Wederom doet ING beroep op zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid. ‘Zo leidt u uw leven, maar wij kunnen u op weg helpen.’ Dat is een hele andere benadering dan die van ING Nederland: ‘Doet u het nou maar op uw eigen manier, dan doen wij de rest.’
Een ander aspect dat in deze reclame terugkomt en dat ik ook heel veel in andere commercials heb gezien die ik voor dit onderzoek heb bekeken, is dat in Amerikaanse commercials heel vaak wordt gewerkt. Er zit altijd wel iemand op het kantoor of heeft pauze of loopt in pak, wat duidt op het feit dat iemand net van het werk afkomt of aan het werk is. Ook daarin wordt het mannelijke karakter benadrukt. Leven om te werken in plaats van werken om te leven is een van de grootste verschillen tussen de Amerikaanse en Nederlandse cultuur. Kwaliteit van leven (vrouwelijk) zit in onze Nederlandse cultuur gebakken.
Zorg versus eigen verantwoordelijkheid
Hoewel de culturen op het eerste gezicht erg op elkaar lijken zitten er grote verschillen tussen de benadering van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Beide culturen zijn individualistisch. ‘Ik’ gaat vóór ‘wij’. Maar in de commercials wordt op een andere manier op het individualistische ingezoemd:
Nederlands: ‘De bank neemt al uw zorg uit handen. Kies voor ons en kies uw eigen manier, dan doen wij de rest zodat u het goede leven kunt leiden.’
Amerikaans: ‘U bent verantwoordelijk voor uw geld en dient dat veilig te stellen. Wij kunnen u op weg helpen om onafhankelijk te zijn zodat u het beter doet dan uw omgeving.’




Toet-toet! Lift nodig?

26 04 2012

Vervolg op Auto Rutte total loss in de modder

Hulpeloos zaten Mark Rutte en Maxime Verhagen vast in de auto. Op z’n kop in de modder. Met alle Kamerleden om hen heen die het maar niet eens konden worden over de manier waarop ze moesten helpen.

Het kan verkeren.

Toet-toet! ‘Lift nodig!?’ Het is minister Jan Kees de Jager (CDA) vanaf de vluchtstrook. ‘Wacht nou even, we moeten eerst kijken wat mogelijk is’, zegt Samsom. Hij draait zich even om naar Rutte en Verhagen die hun gordel inmiddels hebben losgekregen, maar hoort al snel de deuren dichtslaan. Alexander Pechtold is naast Jan Kees de Jager gaan zitten en stelt de TomTom in op Brussel.  ’Op naar een tekort van 3 procent!’ Roept hij. Arie Slob aarzelt nauwelijks en stapt achterin. Jolande Sap draait zich naar Samsom. ‘Ga je mee?’ ‘Niet als jullie naar 3 procent gaan.’ Sap besluit snel en stapt in. ‘Karren Jan Kees!’

In de auto naar Brussel timmeren Pechtold, Slob en Sap snel een akkoord in elkaar. ‘Klinkt goed hoor’, zegt Jan Kees. Stef Blok en Sybrand van Haersma Buma zijn al in Brussel. ‘Ik zal ze even bellen, wedden dat ze jullie tegemoet komen.’

En zo ging het.

In 2013 wordt het begrotingstekort teruggebracht tot 3 procent. Brussel blij, VVD, CDA en D66 blij. In het bezuinigingspakket tal van ingrijpende maatregelen. Zo gaat de btw omhoog. Er komt geen loonsverhoging voor ambtenaren. De accijnsen op alcohol, tabak en frisdrank gaat omhoog, WW’ers krijgen maar zes maanden doorbetaald en de AOW-leeftijd gaat omhoog.

Maar dit akkoord is veel linkser/progressiever dan het Catshuis-net-niet-akkoord. Want: de bezuinigingen op het PGB en passend onderwijs zijn teruggedraaid, evenals dat op onwikkelingssamenwerking. En Jolande Sap kreeg een fraai GroenLinks-sausje over het akkoord: de belasting op zonnepanelen gaat omlaag en er wordt 200 miljoen euro minder bezuinigd op natuur.

Beteuterd. Naast die verloren auto zit Diederik Samsom. De PvdA staat met lege handen. Hij moet zich ernstig afvragen of hij niet beter naar Amsterdam kan bellen of iemand hem op kan komen halen. Hopelijk voor Samsom heeft een wethouder aldaar tijd. En zin. Want in zijn eentje gaat Samsom het heel moeilijk krijgen.





Auto Rutte total loss in de modder

25 04 2012

Wat een puinhoop in Nederland. Nog nooit was ons polderlandje zo verdeeld. De steun voor het regeerakkoord viel weg bij het vertrek van Wilders. En dan moet bovenop het standaardpakket van 18 miljard uit dat regeerakkoord nog eens ruim 14 miljard worden bezuinigd. Dat in een paar dagen tijd met verkiezingen voor de boeg. Een onmogelijke opgave.

Ik moest ineens denken aan dat autootje…

Toen het autootje van Balkenende inderdaad vastliep en fijntjes door de shredder werd gehaald, ontstond na nieuwe verkiezingen een moeilijke situatie. Mark Rutte onderzocht een nieuw paars kabinet (VVD, PvdA, D66 en GL), maar kreeg nul medewerking van Job Cohen (bron: Het Slagveld) waardoor hij toch verder moest kijken naar samenwerking met het CDA en de PVV. Geert Wilders bleek bereid zo’n beetje al zijn standpunten in te leveren. Hij kreeg een snoepje terug: dit kabinet zou geen genade hebben voor asielzoekers uit moslimlanden. Of zoiets

Na anderhalf jaar zit Wilders nog steeds zelf in de Nederlandse auto, een iets luxer model: Mark Rutte als goedlachse premier achter het stuur. Maxime Verhagen peinzend op de passagiersstoel. En ettertje Geert Wilders in het midden op de achterbank. Zonder gordel, met zijn kop tussen de heren. ‘Ik wil harder’, zegt Wilders. ‘Nou vooruit, 130 dan… antwoordt Rutte.’ Ze passeren een auto met asielzoekers. ‘Botsen!’ Roept Wilders. ‘Nee, nee, dat hebben we niet afgesproken Geert’, zegt Verhagen. Rutte geeft Wilders zijn gameboy. ‘Ga maar spelen jongen, wij rijden even naar Brussel.’ Wilders begint te spelen, maar is al snel verveeld. ‘Ik wil helemaal niet naar Brussel!’ Voordat Rutte het weet, klimt Wilders naar voren en trekt hard aan de handrem. De auto begint te slingeren en vliegt over de kop, over de vangrail het polderlandschap in. Zwaar beschadigd, op z’n kop in de modder. Wilders klimt uit het achterraampje, maar Rutte en Verhagen zitten verlamd in de auto. ‘Probeer om te draaien’ zegt de TomTom die nog op Brussel staat afgesteld.

Een bus vol kamerleden stopt op de vluchtstrook. ‘We moeten helpen’, roept Alexander Pechtold. ‘Die auto moet zo snel mogelijk naar Brussel.’ Diederik Samsom: ‘Nou, nou…. Zo belangrijk is dat ook weer niet. Laten we eerst die auto eens aan de praat krijgen.’ ‘Ben je gek’, zegt Jolande Sap. ‘Moet je kijken wat een benzineslurper. Ik wil best naar Brussel, maar dan wel met een andere auto. ‘Brussel!?’ vraagt Roemer. ‘Niks daarvan. Ik wil wel naar Brabant, maar niet verder.’ Wilders nog een beetje aangeslagen: ‘Wat jullie doen moeten jullie zelf weten. Ik blijf hier. Waar is mijn gameboy?’ Arie Slob: ‘Kunnen we niet beter nader tot elkaar komen dan hier in die modder blijven bakkeleien?’ ‘HELP!!!’ Schreeuwen Rutte en Verhagen, wiens verlamming alsmaar erger wordt.

Wordt vervolgd…








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.